| Geschiedenis |
Een bekende borg
is ongetwijfeld Rikkerda in Lutjegast geweest. Deze borg stond ten oosten
van het dorp, een paar honderd meter ten zuiden van de huidige Abel Tasmanweg.
De borg werd onder andere van 1675 tot 1703 bewoond door Bernard Johan Prott,
de beroemde commandant van de vesting Boertange tijdens de belegering van
de vesting in 1672 door de bisschop van Münster. De laatste bewoner
was mr. Hemmo Hijlcko Nauta, in 1818 getrouwd met Vrouwe Anna Habbijna Alberda
van Menkema en Ontvanger der directe belastingen te Grootegast. In 1828
besloten de eigenaren de borg met bijbehorende landerijen ter grootte van
ruim tachtig hectare te verkopen. Voor de verkoop werd de borg met de omliggende
grond omschreven als: 'Het Slot Rikkerda met deszelfs Hoven, Lanen, Singels,
Bosschen en Landerijen, groot plusminus 28 Bunders, 74 Roeden en 12 Ellen
te Lutkegast met Heerlijkheden, Buurregten en Collatien van de Predikantsplaatsen
te Grootegast en Lutkegast, voor zoover die in de gronden zijn gescheiden
en in Westerdeel Langewold gelegen met twee gestoelten in de kerk te Lutkegast.'
Zoals vrijwel alle borgen was ook Rikkerda over het water bereikbaar. Aan
de overzijde van de weg lag een vaart die naar het noorden aansluiting gaf
op de trekvaart Stroobos-Gaarkeuken. Aan de weg en bij het zuideinde van
de vaart stond de tuinmanswoning. De borg met ruim 28 hectare land wordt
voor ( 8.225 verkocht aan Berend Haaijes Harkema, een houtkoper uit Warfhuizen.
De aankoop door Harkema betekent het definitieve einde van Rikkerda. De
borg wordt gesloopt in de jaren 1828-29. Het lijkt voor Harkema geen lucratieve
handel te zijn geweest. In 1836 verkoopt hij bijna 23 hectare voor ( 2.000.
Wellicht heeft de verkoop van het sloopmateriaal de schade nog enigszins
kunnen beperken. Toch betekent deze verkoop ook een nieuw begin.
Boerderij Rikkerda
Koper van de borgplaats met bijbehorende landerijen wordt Eite Jans van
der Veen, gehuwd met Anke Jans Wattema. Eite is onderwijzer in Lutjegast
en daarnaast vervener, een beroep dat ook zijn vader uitoefende. In 1848
besluit Van der Veen tot de bouw van een boerderij op zijn nieuw verworven
kavel; niet op de borgplaats, maar aan de weg. De zaken gaan kennelijk
naar wens, want in 1860 wordt een nieuw voorhuis opgetrokken. Daarmee
heeft de boerderij, genaamd Rikkerda, het huidige aanzien gekregen. Eite
van der Veen heeft de boerderij bewoond tot zijn overlijden in 1877. Na
hem volgen er nog drie generaties Van der Veen, namelijk Jan, Willem Johannes
en Eite Willem. In 1991 komt er een einde aan de boerderij Rikkerda als
agrarisch bedrijf. Met het oog op de op handen zijnde ruilverkaveling
Lutjegast-Doezum wordt de boerderij aangekocht door het Bureau Beheer
Landbouwgronden (BBL). Met deze aankoop komt er een einde aan meer dan
140 jaar bewoning door vier generaties Van der Veen van de boerderij Rikkerda.
De belangstelling van het BBL bij de aankoop had vooral betrekking op
de grond. Door tussentijdse aan- en verkopen behoorde het borgterrein
overigens niet meer tot de boerderij van Van der Veen en derhalve ook
niet tot de door het BBL aangekochte percelen. In 1992 wordt de boerderij
met erf en tuin opnieuw in veiling gebracht. Een nieuwe eigenaar en een
nieuwe bestemming dient zich aan, nu als woonboerderij. De nieuwe eigenaren
zijn Jan Frederik Schuitemaker en zijn vrouw Caroline Baan; in 1993 betrekken
ze de boerderij definitief.
Slingertuin
In eerste instantie gaat de aandacht van de Schuitemakers uit naar de
boerderij, die in 1978 is aangewezen als beschermd monument op grond van
artikel 10 van de Monumentenwet. Het is een nog gave kop-hals-rompboerderij
met dwars geplaatst, onderkelderd voorhuis en een dwarsschuur. De omlijste
hoofdingang ligt in het midden van het voorhuis met daarboven een dakkapel.
Op iedere hoek van het schilddak staat een schoorsteen. De ombouw van
een agrarisch bedrijfsgebouw naar een woonboerderij vraagt tijd en zorgvuldige
plannen. Inmiddels is het dak van het woonhuis gerestaureerd, evenals
de dwarsschuur. De eertijds in de Engelse landschapsstijl aangelegde tuin
is weer in zijn oorspronkelijke staat gebracht (slingertoene). De erfbeplanting
is aangevuld en enkele hoogstamfruitbomen zijn geplant. Al enkele jaren
weet een uil via het 'oelebord' zijn weg te vinden naar de schuur. Voor
de komende jaren staat het voorhuis en de entree op het programma. Maar
er lopen meer plannen, die door de Schuitemakers van harte worden toegejuicht.
Ruilverkaveling
In het plan voor de ruilverkaveling Lutjegast-Doezum is de borgplaats
van de voormalige borg Rikkerda omschreven als een beschermd archeologisch
monument. Met deze kwalificatie is handhaving van de huidige situatie
gewaarborgd. Voorts biedt het plan de mogelijkheid om op vrijwillige basis
de oude borgplaats aan te kopen en vervolgens over te dragen aan Staatsbosbeheer.
De zwakke schakel in deze chronologie is de aankoop van het borgterrein.
Worden hiervoor binnen enkele jaren geen mogelijkheden gevonden, dan zijn
verdere plannen voorlopig niet uitvoerbaar.
Restauratie borgplaats
Ervan uitgaande dat er voor de aankoop van het terrein in de komende jaren
een oplossing wordt gevonden, dan ligt restauratie van (een deel van)
het oude borgterrein met zijn directe omgeving voor de hand. Op het kaartbeeld
zijn zowel de bestaande topografie als essentiële delen van de topografie
die aanwezig was voor de afbraak van de borg, aangegeven. Uit dit kaartbeeld
blijkt dat een deel van het huidige slotenpatroon overeenkomt met de oorspronkelijke
situatie. De gracht om het borgterrein zou weer op de oude afmetingen
van ongeveer elf meter moeten worden gebracht. De uitkomende grond kan
worden gebruikt voor het op niveau brengen van het borgterrein. Wellicht
kunnen met behulp van restanten van de fundering de contouren van de voormalige
borggebouwen worden aangegeven. De toegang naar het borgterrein kan worden
hersteld, evenals de hoven aan weerszijden van de toegangslaan. De toegangslaan
en het borgterrein dienen te worden gecompleteerd met een passende beplanting.
Een informatiepaneel over de voormalige borg kan het geheel completeren.
Rikkerda in de 21e eeuw
Het ruilverkavelingsplan voorziet in de aanleg van een wandelpad langs
de rand van een aan te brengen landschapselement van het dorp Lutjegast
naar het borgterrein. Het doortrekken van dit pad naar het borgterrein
en vervolgens naar de Abel Tasmanweg is een logische consequentie. Dit
ligt temeer voor de hand omdat het perceel tussen het borgterrein en de
weg 's winters in gebruik is als ijsbaan. Een parkeerplaats aan de Abel
Tasmanweg voor enkele auto's en fietsen voor zowel bezoekers van de ijsbaan
als van de borgplaats lijkt geen overbodige luxe. Ten zuiden van en grenzend
aan de borgplaats ligt de Grootegastermolenpolder, die is aangewezen als
toekomstig reservaatgebied. Grote delen van deze polder zijn nu reeds
eigendom van Staatsbosbeer. De combinatie van natuur, (herstel van) een
cultuurhistorisch monument en een originele, gerestaureerde boerderij
uit de jaren 1848 en 1860 zijn een welkome aanvulling op het cultuuraanbod
van het Westerkwartier en bieden recreatieve mogelijkheden voor de lokale
bevolking. Het gehele ensemble vormt een prachtige combinatie van belangen
dat vraagt om een maximale inzet van alle betrokken partijen. Dit plan
hoort niet te worden bijgeschreven in het boekwerk over gemiste kansen.
Wellicht is het te hoog gegrepen, maat toch zou herstel van de oude vaart
naar het Van Starkenborghkanaal, waardoor Lutjegast weer over water bereikbaar
wordt, een fraaie afronding van het geheel zijn. De restauratie van dit
cultuurhistorisch monument is een verrijking voor het Zuidelijk Westerkwartier
en voor de bevolking een object om trots op te zijn. Krijgt Abel Tasman
in Lutjegast toch nog concurrentie!
|